Op deze pagina leest u meer over de manier waarop extra ondersteuning voor leerlingen is georganiseerd.

Arrangeren is het gezamenlijk organiseren van extra ondersteuning van een leerling op school, soms thuis en soms in samenwerking met een jeugdhulpinstantie. De extra ondersteuning in de vorm van een arrangement vindt in beginsel plaats binnen de reguliere school. We maken afspraken over de duur en de beoogde resultaten van het arrangement. De arrangementen worden bekostigd vanuit de ondersteuningsmiddelen die aan de scholen zijn toegekend, of vanuit het samenwerkingsverband. Ook in het speciaal onderwijs worden arrangementen gerealiseerd. 

In het geval van een zogenoemde beredeneerde afwijking, kan de CT in samenspraak met de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband, afwijken van de regeling om uitsluitend een TLV-categorie 1 af te geven. 

De toelaatbaarheidsverklaring (TLV) wordt verstrekt vanuit het samenwerkingsverband en is nodig  om te worden toegelaten tot het speciaal voortgezet onderwijs en het praktijkonderwijs. Een TLV wordt alleen verstrekt wanneer een leerling een zeer grote ondersteuningsbehoefte heeft binnen een specifiek toegesneden omgeving en de geboden extra ondersteuning niet in het regulier onderwijs geboden kan worden.

Het schoolbestuur van de VO-school, waar de leerling is aangemeld of staat ingeschreven, kan in overleg met de ouders en leerling een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aanvragen voor de plaatsing op Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO).
Leerlingen, die in aanmerking komen voor een TLV, krijgen een TLV categorie 1 (laag). In het geval van een zogenoemde beredeneerde afwijking, kan de CT in samenspraak met de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband, afwijken van de regeling om uitsluitend een TLV-categorie 1 af te geven.

Let op: TLV-aanvragen of her-indicaties voor het schooljaar 2023 -2024 dienen uiterlijk vóór 1 juni te worden ingediend.

Toelaatbaarheidsverklaringen worden aangevraagd door een ondersteuningscoördinator van een school in samenspraak met de ouders en de leerling. De Commissie Toelaatbaarheid (CT) van het samenwerkingsverband legt een advies over het al dan niet afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring voor aan de directeur-bestuurder.

De aanvraag van een Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) door een school wordt voorgelegd aan de Commissie Toelaatbaarheid (CT). Als de directeur-bestuurder een positief advies van de CT overneemt en ondertekent, geeft hij de TLV af en kan de leerling de overstap maken naar het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). De geldigheidsduur van de TLV wordt tijdens deze procedure bepaald en vastgesteld.

De geldigheidsduur van een TLV verschilt per leerling en staat op de TLV aangegeven. Ruim voordat de geldigheidsdatum verstrijkt, evalueert de school het OPP van de leerling en vraagt als dat nodig is een herindicatie aan bij de Commissie Toelaatbaarheid. Het is ook mogelijk dat een leerling weer kan instromen in het regulier onderwijs. 

.

Het praktijkonderwijs is een zelfstandige schoolsoort binnen het regulier voortgezet onderwijs. Het is bedoeld voor leerlingen die beter gedijen in een omgeving waar de praktijk centraal staat. Het PrO is geschikt voor leerlingen met een leerachterstand die overwegend een orthopedagogische en orthodidactische benadering nodig hebben.
Het PrO leidt leerlingen op voor wonen, werken, burgerschap en vrije tijd. Een deel van de leerlingen stroomt door naar het vmbo of mbo.

Om in aanmerking te komen voor een leerweg binnen PrO vraagt de school voor praktijkonderwijs een TLV voor PrO aan bij de Commissie Toelaatbaarheid.

 

 

In de Wet Passend Onderwijs is bepaald dat de school binnen 6 weken verplicht is een OPP op te stellen wanneer een leerling:

  • Kans heeft op doubleren
  • Kans heeft om op- of af te stromen m.b.t. niveau en het uitstroomperspectief daarmee verandert.
  • Extra ondersteuning nodig heeft die de vastgestelde basisondersteuning binnen het Samenwerkingsverband overstijgt.

 

Het OPP is geschreven voor de lange termijn en is een richtlijn voor het behalen van doelstellingen. In het OPP staan de volgende zaken beschreven:

 

  • De onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling
  • Het verwachte niveau van de leerling op de lange termijn
  • Uitstroomperspectief
  • De aanpak/afspraken die nodig zijn om het uitstroomperspectief te bereiken
  •  een weergave van de belemmerende en bevorderende factoren die van invloed zijn op het functioneren van de leerling.

Het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs stellen jaarlijks een OPP op voor de leerlingen. Dat gebeurt in overleg met de ouders en leerling. Op het handelingsdeel van het OPP is instemming van ouders nodig.
Reguliere scholen hoeven geen OPP op te stellen voor leerlingen met ondersteuning die onder de basisondersteuning valt. Is er meer nodig dan de basisondersteuning, dan schrijft de school in samenwerking met de ouders wel een OPP.

 

Hier leest u meer over de route voor aanvragen van toelaatbaarheidsverklaringen en advies

Leerlingen uit groep 8 van het regulier basisonderwijs worden aangemeld bij het reguliere voortgezet onderwijs. In de PO-VO procedure Lelystad staan de routes, met betrekking tot de overstap van PO naar VO, beschreven. Ook leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte worden aangemeld in het reguliere voortgezet onderwijs. Dit geldt niet voor leerlingen die uitstromen naar Praktijkonderwijs of ZML. Als er sprake is van een extra ondersteuningsbehoefte moet dit worden aangegeven in het onderwijskundig rapport in Digidoor. Beschrijf hierbij de eerder geboden ondersteuning en de gewenste ondersteuning die nodig zal zijn in het VO. Op basis van het dossier gekeken of de leerling extra ondersteuning nodig heeft en of de school dat kan bieden.

Onze scholen voor voortgezet onderwijs zijn uitgebreid met arrangementsklassen en de Leerroute om leerlingen die dat nodig hebben passend onderwijs te kunnen bieden. Deze arrangementsklassen zijn er ook voor leerlingen uit de bovenbouw. De scholen voor voortgezet onderwijs in Lelystad geven op hun websites informatie over de ondersteuning die ze bieden. Klik hier voor een overzicht van de sites van de scholen.

De eerste lijn voor vragen met betrekking tot de overstap naar het voortgezet onderwijs voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, kunnen worden gesteld aan de ondersteuningscoördinatoren van de VO-scholen.
Op de website van de scholen staan contactgegevens. Wanneer daar geen antwoorden gevonden kunnen worden, kan het SWVVO benaderd worden (info@swvvo-lelystad.nl of 0320 – 74 89 50).

 

  

Als de basisschool vindt dat een leerling in aanmerking komt voor een arrangementsklas of de Leerroute, kan de school dit aangeven in Digidoor. De eerder geboden ondersteuning én de gewenste ondersteuning die nodig zal zijn in het VO kan beschreven worden. Op de school waar aangemeld is, wordt op basis van het dossier gekeken of de leerling extra ondersteuning nodig heeft en of de school dat kan bieden. Als de VO school de gevraagde ondersteuning niet kan bieden wordt contact opgenomen met de ouders om de volgende stap te bespreken.

Het basisonderwijs dient de dossiers uiterlijk op 1 maart 2023 volledig in Digidoor verwerkt te hebben.

Leerlingen die het regulier primair onderwijs (PO)  afronden, worden in de regel aangemeld bij het reguliere voortgezet onderwijs (VO). Ook leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften kunnen terecht in het reguliere VO.

Als een leerling een zeer grote ondersteuningsbehoefte heeft, binnen een specifiek toegesneden omgeving én de geboden extra ondersteuning in het regulier PO geen/onvoldoende resultaat geeft, kan het schoolbestuur van de VO school waar de leerling is aangemeld of ingeschreven is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aanvragen voor de plaatsing op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO).

Een basisschool kan, in uitzonderlijke gevallen, een aanvraag voor een TLV voor 1 februari indienen bij de Commissie Toelaatbaarheid (CT) van het samenwerkingsverband VO. De basisschool meldt dan een leerling aan via een account in INDIGO. De inloggegevens voor dit account zijn aan te vragen bij het secretariaat van het samenwerkingsverband (info@swvvo-lelystad.nl of 0320 – 74 89 50).

De school voegt in INDIGO een door ouders en school ondertekend recent Ontwikkelingsperspectief (OPP) toe. Het OPP moet voldoen aan alle wettelijke eisen. Zo moet uit het OPP blijken wat de ondersteuningsbehoefte van de leerling is, welke ondersteuning al is aangeboden en dat de school aantoonbaar handelingsgericht heeft gewerkt. Ook moet duidelijk zijn welke extra hulp naast de basisondersteuning is ingezet, hoe de inzet is geëvalueerd en wat het ontwikkelingsperspectief van de leerling is. Eventueel kunnen relevante verslagen en cijferlijsten of recente onderzoeken (niet ouder dan twee jaar) worden toegevoegd. Er kan geen TLV worden aangevraagd als de school geen extra ondersteuning aan kan tonen.

Als het dossier als compleet is beoordeeld en dus ontvankelijk is verklaard, geeft het samenwerkingsverband door aan de school wanneer een TLV-gesprek met de commissie toelaatbaarheid (CT) op de school met de leerling, de ouders en vertegenwoordigers van de school kan plaatsvinden. De school nodigt de leerling en de ouders uit. Als het noodzakelijk is, kan deze procedure met vier werkweken worden verlengd. Bij uitzonderingen kan van deze route worden afgeweken. Dit wordt op tijd en met onderbouwing aan de school gecommuniceerd.

De CT brengt na het gesprek een schriftelijk advies uit. De directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband neemt op basis van het advies een besluit over het afgeven van een TLV.

Met de TLV kunnen leerling en ouders zich aanmelden bij het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). De VSO waar de leerling wordt ingeschreven ontvangt de TLV van het samenwerkingsverband.

  • De school van inschrijving vraagt de TLV aan. 
  • De school kan de TLV aanvragen bij het samenwerkingsverband met een account in INDIGO. De inloggegevens voor dit account worden verstrekt door het secretariaat van het samenwerkingsverband. 
  • De school laat met het geëvalueerde Ontwikkelingsperspectief (OPP) zien dat er handelingsgericht is gewerkt. Het handelingsgerichte deel van het OPP moet door de ouders van de leerling zijn ondertekend. Het OPP moet voldoen aan alle wettelijke eisen. Zo moet uit het OPP blijken wat de ondersteuningsbehoefte van de leerling is, welke ondersteuning al is aangeboden en dat de school aantoonbaar handelingsgericht heeft gewerkt. Ook moet duidelijk zijn welke extra hulp naast de basisondersteuning is ingezet, hoe de inzet is geëvalueerd en wat het ontwikkelingsperspectief van de leerling is. Eventueel kunnen relevante verslagen en cijferlijsten of recente onderzoeken (niet ouder dan twee jaar) worden toegevoegd. Er kan geen TLV worden aangevraagd als de school geen extra ondersteuning aan kan tonen.
  • Als het dossier als compleet is beoordeeld en dus ontvankelijk is verklaard, geeft het samenwerkingsverband door aan de school of een TLV-gesprek op de school van inschrijving samen met de leerling, ouders en vertegenwoordigers van de school zal plaatsvinden. In veel gevallen is dit niet noodzakelijk. Zo nodig kan deze procedure met vier werkweken worden verlengd. 
  • De Commissie Toelaatbaarheid (CT) van het samenwerkingsverband beoordeelt of de aanvraag van de TLV compleet is. Binnen zes werkweken wordt besloten of de TLV wordt toegekend. Een afwijzing wordt beargumenteerd en met advies onderbouwd.