Arrangeren

Onder arrangeren verstaan wij het gezamenlijk realiseren van een aanpak op school, soms thuis en soms in samenwerking met een jeugdhulpinstantie. Wij organiseren extra ondersteuning in de vorm van een arrangement zoveel mogelijk in de reguliere school. Arrangementen worden bekostigd uit de ondersteuningsmiddelen, die aan de schoolbesturen zijn toegekend of vanuit het samenwerkingsverband. We maken altijd afspraken over de duur en de beoogde resultaten van het arrangement.

Ook worden arrangementen gerealiseerd in het voortgezet speciaal onderwijs. Leerlingen die in aanmerking komen voor een plaatsing krijgen in beginsel een TLV categorie 1. Als de ondersteuningsbehoefte van de leerling groter is dan met een TLV kan worden gefinancierd, dan wordt in overleg met de ouders een aanvullend arrangement toegewezen door het Loket. Van de regeling om uitsluitend een TLV-categorie 1 af te geven kan door het Loket in samenspraak met de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband worden afgeweken (de beredeneerde afwijking).

Toelaatbaarheidsverklaring (TLV)

Als een school niet kan voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van een kind, bekijkt het interne ondersteuningscoördinator (OC) eventueel met het interne ondersteuningsteam (OT) van de school met de ouders  welke school binnen het samenwerkingsverband wel passend is.

De school kan een gesprek aanvragen met de adviseur van het Loket om samen met school en ouders te bespreken welke ondersteuningsmogelijkheden binnen de regio passend zijn en welk arrangement of TLV noodzakelijk is.

Download: aanmeldingsformulier TLV

Aanvraag aanwijzing leerwegondersteunend onderwijs (lwoo)

Het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en het praktijkonderwijs (PrO) zijn vormen van lichte ondersteuning. Het lwoo is bedoeld voor een deel van de leerlingen in het vmbo. Het lwoo is geen aparte schoolsoort, maar extra ondersteuning voor leerlingen met een onderwijsachterstand, die wel een vmbo-diploma kunnen halen.

Om in aanmerking te komen voor lwoo doorloopt de leerling een onderzoekstraject. De VO-school vraagt per de mail via het aanmeldingsformulier lwoo/PrO een aanwijzing voor lwoo aan bij het Loket.

Download: aanmeldingsformulier lwoo/PrO 2019-2020

Aanvraag TLV Praktijkonderwijs (PrO)

PrO is een zelfstandige schoolsoort binnen het VO en is bedoeld voor leerlingen met een leerachterstand, die overwegend een orthopedagogische en orthodidactische benadering behoeven. Het PrO is bedoeld voor leerlingen voor wie het behalen van een diploma op een vmbo-school niet haalbaar is. Denk daarbij aan leerlingen:

  • die vanuit het primair onderwijs vanuit groep 8 naar PrO gaan, of leerlingen die vanuit primair onderwijs vanuit groep 7 instromen (na doublure en leeftijd van 12 jaar voor 1 oktober);
  • waarvan in het eerste leerjaar lwoo of VSO blijkt dat een maatwerkregeling PrO nodig is (regeling bijzondere groepen).

Het PrO leidt leerlingen op voor wonen, werken, burgerschap en vrije tijd. Een deel van de leerlingen stroomt door naar het vbmo of mbo. Voor het PrO geldt geen cursusduur, maar wel een leeftijdsgrens van 18 jaar. De bedoeling is dat leerlingen het PrO afsluiten met een schooldiploma.
Om in aanmerking te komen voor PrO vraagt de VO-school een TLV voor PrO aan bij het Loket.

Aanvraag continuering voortgezet speciaal onderwijs

Een TLV wordt afgegeven voor een bepaalde periode. De geldigheidsduur verschilt per leerling en staat op de TLV aangegeven. Ruim voordat de geldigheidsdatum verstrijkt neemt een medewerker van het Loket contact op met school om te bespreken of continueren van de plaatsing nog noodzakelijk is en bij welke aanvragen er een gesprek met ouders gepland wordt. Het kan zijn dat de leerling weer terug kan naar het regulier onderwijs.
Zowel de school als de ouders ondertekenen de aanvraag. Is de leerling 16 jaar of ouder, dan ondertekent hij ook zelf zowel het aanvraagformulier als de toestemmingsverklaring. Is de leerling 18 jaar of ouder, dan is hij wettelijk bevoegd om te ondertekenen.

Beoordeling aanvraag TLV

Het dossier van de leerling wordt door de adviseur van het Loket met de school besproken. Vervolgens wordt de aanvraag voorgelegd aan de CT (Commissie Toelaatbaarheid) van het Loket. Bij een positief advies van de CT geeft de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband de TLV af en kan de leerling de overstap maken naar het VSO. De geldigheidsduur van de TLV wordt tijdens deze procedure bepaald en vastgesteld.

Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP)

Het OPP is het document waarop het niveau, wat uiteindelijk van de leerling verwacht wordt op de lange termijn, wordt vermeld. Vanuit het OPP worden doelstellingen bepaald. De school kijkt of de leerling zich volgens dit perspectief ontwikkelt en past het onderwijsaanbod hierop aan. Op deze manier is ook voor ouders en inspectie inzichtelijk aan welke doelen gewerkt wordt. Er wordt gekeken naar de doelen aan het einde van de schoolloopaan om vervolgens na te gaan wat er nodig is om die doelen te bereiken.

Wat staat er in het OPP?

In het OPP staan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling beschreven, het uitstroomperspectief van de leerling en het arrangement dat nodig is om dit uitstroomperspectief te bereiken. Voor leerlingen in het regulier onderwijs wordt ook beschreven welke ondersteuning en begeleiding de leerling nodig heeft en hoe die wordt aangeboden. Het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs is verplicht jaarlijks een OPP voor de leerlingen op te stellen.

Wie stelt het OPP op?

De mentor en de ondersteuningscoördinator van de school stellen het OPP in overleg met de ouders op. Ouders kunnen de school van informatie voorzien over de situatie thuis, eerder behaalde leerresultaten en, indien van toepassing, begeleiding op een andere school waar de leerling onderwijs heeft gevolgd. Als aanvullend onderzoek nodig is om het OPP te kunnen bepalen kan een deskundige worden ingeschakeld.
Reguliere scholen hoeven geen OPP op te stellen voor leerlingen met ondersteuning, die onder de basisondersteuning valt, zoals begeleiding bij dyslexie.

Klachten

U kunt met uw vragen altijd terecht bij de school of het samenwerkingsverband. Samen met u wordt naar een oplossing gezocht. Komt u er niet uit met de school of het samenwerkingsverband, dan kunt u het probleem voorleggen aan een klachtencommissie of contact met de Onderwijsconsulenten opnemen.